Select Page

Maar liefst 1 op de 14 mensen is – in meer of mindere mate – verslaafd aan drank en/of drugs. Dit blijkt uit een onderzoek van Jellinek uit 2022. Robin Leemhuis (29) kreeg vanaf zijn dertiende al te maken met slaapmedicatie, lachgas, xtc, mdma, ketamine en drank. Hij vertelt zijn verhaal. 

 

Photo: Robin Leemhuis

De eerste keer

Ik ben geboren in Amsterdam en ben daar mijn eerste acht jaar opgegroeid samen met zijn ouders. Nadat ik acht werd, werd mijn kleine broertje Thomas geboren. Daarna verhuisden we naar Edam. Mijn allereerste keer in aanraking met drugs was op mijn dertiende. ‘Ik zat in het 2e jaar van havo of mavo. Een vriend van mij bood me een jointje aan in de pauze. Ik was nieuwsgierig. Het gevoel van high zijn vond ik fijn.’ Zo rolde het verder. Robin begon te blowen in de pauzes met vrienden en snel ook buiten school om. Wisten zijn ouders het? ‘In het begin nog niet nee, ik deelde dat niet. We hadden toen niet zo’n goede band. Ik denk dat ik het rond mijn 16e heb verteld. Ik was 16, midden in de puberteit, dus ze vonden het toen nog wel oké.

 

‘Ik deed dingen die ik zwoer nooit te doen’

 

Vanaf mijn veertiende zat ik af en aan aan slaapmedicatie. Ik had periodes dat ik slecht sliep. Als het op was, kon ik in die tijd gewoon de huisarts opbellen en om nieuwe slaapmedicatie vragen. Op mijn zeventiende raakte ik verslaafd aan slaapmedicatie. Ik werd lichamelijk afhankelijk. De keren dat ik geen medicatie kreeg, had ik last van nachtmerries en slaapproblemen. Achteraf waren dat gewoon ontwenningsverschijnselen, maar ja, ik was zeventien, ik had toen nog geen idee van verslaving. 

Op mijn tweeëntwintigste begon het problematisch te worden. Ik dronk en blowde elke dag. Van drank werd ik dik, dus ging ik maar blowen, want van blowen viel je weer af. Ik werd door een collega van mij geïntroduceerd aan xtc, mdma en lachgas. Ik zat in die tijd ook in therapie. Mijn therapeut stelde me een keer de vraag wat het nou is aan drinken, blowen en gebruiken dat ik het wilde blijven doen. Ik zei toen dat ik het fijn vond om onder invloed te zijn. Mijn therapeut vroeg toen of ik zelf wel hoorde wat ik zei. Ik zei: Ja, wat dan?” Ik had toen nog niet door dat dat antwoord al erg problematisch was. Ik werd toen intern doorverwezen naar de Jellinek. Ik zat namelijk al binnen de overkoepelende organisatie, alleen een andere specialisatie.

Het duurde lang voordat ik aan de slag kon bij een verslavingszorginstelling. Tijdens die tijd bestelde ik slaapmedicatie via het internet. Om daar aan te komen was best gemakkelijk. Ik had met mezelf in de tussentijd een afspraak gemaakt: geen drugs via internet bestellen. Een week later was ik mijn eigen grens al over gegaan. Toen dacht ik wel oei, dit is niet goed. Ik deed dingen die ik zwoer nooit te doen.

 

Dieptepunt

Ik had steeds meer nodig om hetzelfde gewenste effect te hebben. Als ik het niet had, dan kreeg ik erg last van afkickverschijnselen. Ik weet nog heel goed, tijdens de kerstperiode, dat mijn bestelling niet op tijd aankwam. Dat kwam natuurlijk door die drukte rond kerst dat iedereen massaal inkopen doet en thuisbezorgdiensten het druk hebben. Ik had daardoor in het weekend niet genoeg en moest toen omlaag gaan in mijn doseringen. Ik lag die zondag in bed en mijn hele lichaam deed pijn. Het voelde als een zware griep met zware depressie. Ik lach alleen maar te huilen. Ik voelde me toen ontzettend slecht. Toen had ik wel mijn dieptepunt bereikt. 

Mijn laatste terugval was in januari 2025. Ik nam toen zo’n hoge dosering die voor andere mensen fataal had kunnen zijn. Je valt dan ook net zo hard terug in de detox. Ik dacht toen wel mijn volgende terugval overleef ik misschien niet.

 

‘De eerste nachten in detox zijn het ergst’

 

In detox krijg ik hulp bij het langzaam afbouwen van slaapmedicatie. De eerste nachten in detox zijn het ergst. Ik werd elke keer ‘s nachts angstig wakker. Ik was dan zó angstig dat ik niet meer kon nadenken. Er was dan gewoon geen ruimte in m’n hoofd waarbij ik kon bedenken dat ik gewoon op een noodknopje kon drukken, zodat er iemand zou komen met extra medicatie. Verder had ik last van hallucinaties, was ik draaierig en sliep ik erg slecht. Ik zou regelmatig wakker worden van mijn eigen gepraat. 

In detox heb je een duidelijk ritme. Er zijn vaste eettijden en bij elk eetmoment moet je aanwezig zijn. Er zijn urinecontroles, zodat ze kunnen controleren of je middelen hebt gebruikt. Ik weet nog goed dat bij één van mijn eerste klinieken waar ik terecht kwam het verplicht was om te stoppen met roken als je de detox in ging. Ik rookte op dat moment. Ik was daar heel verbaasd over, dat was mij namelijk niet verteld van tevoren. Toch besloot ik elke keer te stoppen met roken wanneer ik weer een detox in ging. 

 

Acceptatie

Rond 2022 drong het tot me door dat slaapmedicatie een probleem begon te worden. Ik dacht toen nog dat ik andere middelen wel in de hand kon houden. Ik zat voor de tweede keer in een detox, maar moest door omstandigheden daar weg. Diezelfde avond ben ik meteen teruggevallen. Ik gebruikte andere middelen, waaronder ketamine. Ik had m’n antwoord: Andere middelen kon ik dus ook niet in de hand houden. Op dat punt kwam wel die realisatie en acceptatie dat ik verslaafd was. Dat het echt problematisch was.

Als ik gebruik, ben ik best egoïstisch. Ik kan echt wel een klootzak zijn. Toch wilde mijn omgeving mij altijd erg helpen. Ze waren natuurlijk ontzettend bezorgd. Als omgeving zijnde kan je je machteloos voelen, want je ziet iemand afglijden maar kan eigenlijk niet echt iets doen. Ik heb ze erg veel stress toegebracht. Ik heb veel gehad aan de steun die ik kreeg van mijn ouders, mijn broertje en vrienden. Als ik bijvoorbeeld in detox moest, konden mijn huisdieren bij mijn ouders. Vrienden en mijn broertje zouden in mijn huis trekken om op de dieren te passen. Mijn ex-partner en mijn moeder hebben nog bij mij geslapen, omdat ik toen niet alleen kon zijn. Ze deden mijn was, ze streken mijn was, ze kookte voor me. Dus ook praktisch ben ik heel erg geholpen.

 

‘Quick fix’

 

Ik begrijp dat het gebruik van drank of drugs een ‘quickfix’ kan zijn. Het dempt je emoties en het geeft je even verlichting. Dat is natuurlijk aantrekkelijk, maar het is maar voor korte duur. Uiteindelijk stel je alleen maar het probleem uit en los je er niks mee op, omdat het juist voor meer problemen zorgt. De dagen na gebruik heb je een dip en voel je wellicht wel schaamte en om dat gevoel van schaamte te onderdrukken begin je weer aan die ‘quickfix’. Zo zet je jezelf alleen maar in een ‘never ending loop’. 

Uit een onderzoek van het CBS kwam in 2022 naar voren dat meiden (14%) twee keer zoveel professionele hulp hadden dan jongens (7%) tussen de 12 en 18 jaar. Traditionele ‘mannelijkheidsnormen’ zouden hier een bijdrage van schaamte kunnen leveren. Onterechte normen zoals dat jongens niet mogen huilen of jongens altijd sterk moeten zijn, kunnen jongens ontmoedigen om zich kwetsbaar op te stellen en emotionele steun te vragen, wat het naar een therapeut of psycholoog gaan moeilijker maakt. 

Ik ben zelf groot voorstander van therapie, maar er hangt een soort stigma op. Alsof het een taboe is om aan te geven dat je hulp nodig hebt. Het accepteren dat je hulp nodig hebt vind ik juist sterk en getuigd van zelfkennis en zelfinzicht. Je geeft jezelf een kans om beter te worden, om te ontwikkelen en er gelukkiger uit te komen. 

 

Toekomst

Tegenwoordig woon ik in Alkmaar, samen met mijn hond Nala en twee katten. Ik heb op dit moment geen werk, ik ben arbeidsongeschikt. Mijn droombaan als kind? Archeoloog. Ik vond dinosaurussen altijd wel interessant. Maar ja, je hebt geduld nodig voor zo’n vak, ik heb dat niet echt.

Ik ben veel bezig met therapie. Er zijn nog een aantal dingen waar ik doorheen moet en waar ik aan moet werken. Het is daarbij erg belangrijk dat ik niet gebruik. Ik ben pas een beetje tevreden als ik weer arbeidsgeschikt ben en in staat ben te werken. Gewoon een normaal leven te kunnen leiden zonder bezig te moeten zijn met copingmechanismen om niet te denken aan drank- en drugsgebruik. Ik wil mentaal stabieler worden. Een vast ritme, een vaste basis. Dán ben ik tevreden. 

 

Verslaafd blijf je voor altijd. Je leert er mee leven. Met goed herstel kan je een heel normaal leven hebben zonder gebruik van middelen’